Een dierbare warme herinnering.

Ik ben een zoon van Cis Robben, en ben geboren 2 augustus 1955. Ik kom uit een gezin van 7 kinderen. Ik was de derde zoon, na mij kwamen 4 zussen. Mijn moeder was oorspronkelijk getrouwd met Jan Robben.
Mijn moeder en hij waren achterneef en nicht van elkaar. Zij kregen heel jong een zoon. Mijn vader zat niet zo lekker in zijn vel en dat leverde de nodige problemen op. Ondertussen kregen zij samen 6 kinderen. Dat ging niet goed.
Mijn moeder probeerde daar het beste van te maken. Uiteindelijk liep het huwelijk stuk, er werd een scheiding van tafel en bed uitgesproken. Zo ging dat in die tijd. In al die strubbelingen kozen mijn ouders er , vanwege financiële redenen, op een gegeven moment voor om kostgangers in huis te nemen. Dat was ergens in 1964 en ik was toen 9 jaar oud.
Stel je voor, een kleine eengezinswoning met 6 kinderen, een vol huis dus. Daar kwamen dus nog twee kostgangers bij. We waren arm en het geld was welkom. Ik vond het helemaal niet erg, we speelden een leefden in die tijd ook veel op straat. En er was een ruime tuin rond het huis.

Mijn moeder
Juan Garcia Corraliza

Maar er was nog iets anders. Het dorp waar ik in woonde, Venray, was toen nog niet zo groot . Het was een Limburgs katholiek dorp met nog niet zoveel inwoners als het nu heeft. Veel mensen kenden elkaar en was dus ook veel "sociale controle". Daar merkte ik veel van als ik wilde spelen met klasgenoten of andere kinderen. Het was een beetje alsof je besmettelijk was. Je was een kind van gescheiden ouders. Ik werd daar ook op aangekeken, ook al wist men niet van de hoed en de rand. Oordelen was er al snel bij. Later is dit gelukkig veranderd.
Maar wij hadden iets bijzonders. Er kwamen bij ons, in de ogen van autochtonen, veel drukke luid pratende mannen over de vloer. Omdat men de Spaanse en Italiaanse taal niet kende dacht men als snel dat die mannen ruzie hadden. Voor mijn moeder en de kinderen gold dat niet. Het was gezellig. De ene man zong en vertelde moppen en de ander maakte muziek op z'n accordeon.
In plaats van de angst voor de acties die mijn vader uithaalde kregen wij gezelligheid en plezier terug. En natuurlijk lekker eten. Ik had al spaghetti, paella en tapas gegeten voordat men in Venray er ooit überhaupt van gehoord had.

Met een van die Spanjaarden kreeg mijn moeder uiteindelijk een relatie. Hij heette Juan Garcia Corraliza. Mijn moeder beschreef het ooit als volgt; "voor kinderen komt elk jaar Sinterklaas uit Spanje, voor mij kwam hij ook, maar hij bleef". De kostganger hielp waar hij kon, en was standvastig in zijn keuze. Hij bleef inderdaad en werd uiteindelijk haar levenspartner. Ze kregen samen nog een dochter en werden uiteindelijk ook trotse grootouders. Ze trokken samen op en gaven mij een vrije en warme opvoeding. Nou kwam dat laatste vooral op mijn moeder neer, maar dat was ze gewend.

Mijn moeder hield van lekker eten het  te koken. De invloed van Spanje hierin viel niet te ontkennen. Zo waren wij al snel onze tijd vooruit. Wij hadden al paella en spaghetti gegeten, ver voordat het gemeengoed was in onze maatschappij om in de dagelijkse keuken buiten de grenzen te eten.  Mijn moeder en Juan hielden van ervan gezellig  te tafelen en daar kreeg ik ook een tik van mee. Eigenlijk de meesten van ons gezin. Samen gezellig eten was een belangrijke factor in ons leven. Triest genoeg kreeg mijn moeder in de laatste dagen van haar leven maagkanker. Dat was voor haar, die van lekker eten hield, verschrikkelijk.

Waarom vertel ik dit? Ik ben nu 59 jaar en kijk ik dankbaar terug op de liefde die ik gekregen heb van beide. Die liefde was niet altijd voor iedereen op maat gemaakt. Maar ik zie nu dat zij beide hun best hebben gedaan om er het beste van te maken. Ik weet niet of ik hun dit na zou kunnen doen.
Daarom wil ik jullie hier eren en bedanken voor alles. Ma en pa, jullie waren kanjers!