Het is een bekend gegeven dat wij als mens niet zonder aanraking en de daarbij behorende affectie kunnen. Baby’s die onvoldoende geknuffeld en aangeraakt worden ontwikkelen stoornissen die zich “nestelen” in de persoonlijkheidsstructuur. Onvoldoende aanraking leidt tot affectiestoornis.
De Dalai Lama gaat hierin een stap verder door aan te nemen dat de mens begint een natuurlijk mededogen een basis te geven in zichzelf vanuit die eerste intieme contacten.
“Zonder moedermelk kunnen we niet overleven, dus onze eerste daad als baby samen met onze moeder is melk van onze moeder drinken , of van iemand die zich als onze moeder gedraagt, met een sterk gevoel van intimiteit. Op dat moment weten we misschien nog niet hoe we uit moeten uitdrukken wat liefde is, of mededogen, maar er is een sterk gevoel van intimiteit.”
Ik vind dit heel herkenbaar vanuit de relatie die ik met mijn moeder had. Ik heb tot en met mijn tweede levensjaar borstvoeding gehad van mijn moeder. Ik had denk ik hierdoor een sterke affectieve band met mijn moeder had. Voor mij betekende mijn moeder geborgenheid en veiligheid in een turbulente omgeving.
Dit gevoel van geborgenheid,  veiligheid en intimiteit is voor mijn gevoel nauw verbonden met het vermogen tot empathie en mededogen.

Mededogen en empathie zijn in mijn ogen een sterk ‘instrument’ wat je bij genezing of heling processen kunt inzetten. In de westerse medische wetenschap is dat niet standaard opgenomen in het ‘gereedschap’ van de arts.
Voor een Tibetaanse genezer is het mededogen juist een krachtige eigenschap die hij inzet in zowel de diagnose als de genezing.  Dat vraagt een innerlijke geestelijke ontwikkeling, de arts oefent dan ook in meditaties op mededogen.
Een mooi voorbeeld hiervan wordt beschreven in het Tibetaans boek van leven en sterven, door Sogyal Rinpoche. Daarin komt de lijfarts van de Dalai Lama op bezoek in een Amerikaans ziekenhuis. Tijdens dat bezoek stelt hij een diagnose bij een patiënte. Hij doet dat onder andere door rustig, vriendelijk,  en langdurig stil te luisteren naar de pols van de patiënte.  De diagnose die hij stelt is identiek aan de diagnose van de medische specialisten die de beschikking hebben over MRI scans en andere moderne medische apparatuur.

Jin Shin is mededogen met handen en voeten

Jin Shin is de Japanse vertaling van de Chinese begrippen Jen en Shen. Jen is het oude Chinese woord voor compassie en Shen is het Chinese woord voor geest. Met andere waoorden: de geest die  vervuld is van mededogen.  Shen heeft echter nog meer betekenissen; zachtmoedigheid, behulpzaamheid, mild en weldadig.
Het was deze directe ervaring van zachtheid en weldadigheid die mij destijds meteen aantrok in de Jin Shin Do.  Mijn praktijkervaringen leerden mij dat  de Jin(mededogen) een voorwaarde is voor een goede Jin Shin sessie. Los van de het  resultaat wat je behaald en welk doel dat je hebt.
Voor de energieleer bevindt de Shen zich in het hart en qua energie in de hart-energie. De hart energiebaan is via de borst verbonden met onze handen. In Jin Shin is mededogen dus letterlijk fysiek verbonden met je hart en geest. Hierdoor krijgt zachtmoedigheid en mededogen voor mij handen en voeten. En aangezien ik nogal praktisch ben ingesteld komt dat goed uit.
Door mijn handen te gebruiken, mijzelf te ontspannen en te luisteren naar de hartkloppingen  van de energie, die door mijzelf en de ander heen stroomt, opent mijn hart zich zachtmoedig. Mededogen is dan een lichamelijke en geestelijke toestand waartoe ik dan overga. Hier ontmoet ik niet alleen de ander, maar ontmoet ik ook mijzelf.
En dat komt heel dichtbij. Het is kwetsbare intimiteit voor zowel de ander als voor mijzelf. En dat vraagt op zijn beurt van mij zorgvuldigheid en respect voor de positie waar de ander zich in bevind. En dus opnieuw mededogen voor de ander.

Bronnen:
Sogyal Rinpoche –  Het Tibetaans boek van leven en sterven.
Iona Marsaa Teeguarden – Jin Shin Do, acupressure way of health.